Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 28

Gronden voor weigering van splitsingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Velsen 2014

Het college kan een splitsingsvergunning weigeren wanneer: het (gedeelte van een) gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn geweest; de huurprijs van één of meer van die (voormalige) woonruimten lager is dan de huurprijsgrens; de aanvrager niet kan waarborgen dat de woonruimte(n) na de splitsing bestemd blijven, of de voormalige woonruimte(n) na de splitsing opnieuw bestemd zullen worden voor verkoop of verhuur ter bewoning en het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft niet opweegt tegen de kwaliteit van de woonomgeving, zoals aangegeven in de Leidraad voor Inrichtingswerken in de Openbare Ruimte. Bij deze afweging worden ook de ligging en de te verwachten vraag naar de betreffende woonruimten betrokken; de splitsing zou leiden tot woningen met een oppervlakte, die vanuit het oogpunt van woonkwaliteit door het college als te klein worden aangemerkt; het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, voor zover dit geheel of ten dele verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of met enig wettelijk voorschrift, geheel of ten dele voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen. voor het gebied, waarin het gebouw is gelegen, een stadsvernieuwings- of herstructureringsproject van kracht is, wanneer het ontwerp voor dat plan of verordening danwel de herziening daarvan, ter inzage is gelegd voordat de aanvraag voor de splitsingsvergunning is gedaan; de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen heeft voor de met het plan of de verordening nagestreefde doeleinden en het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmeringen van de stadsvernieuwing. de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of gedeeltelijk tegen splitsing verzet; de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, of onvoldoende is verzekerd dat de gebreken zullen worden opgeheven. Van gebreken als bedoeld in lid 2, onder i. en j., is in ieder geval sprake indien: Het college ingevolge de artikelen 14 tot en met 25 van de Woningwet een aanschrijving heeft gedaan en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd; Het gebouw, waarop de aanvraag om een splitsingsvergunning betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat, die ingevolge de artikelen 29 tot en met 38 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard.

Rechtspraak bij dit artikel