Om in aanmerking te kunnen komen voor een huisvestingsvergunning moet tenminste één van de leden van het huishouden:
meerderjarig zijn en
de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfstitel bezitten, zoals omschreven in artikel 9, lid 2, van de wet en tevens
ingezetene zijn van de regio of
maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan de regio.
In afwijking van het eerste lid geldt de eis van binding niet bij woningruil en voor de categorieën woningzoekenden, genoemd in artikel 13c van de wet.