De vergunning of ontheffing cq vrijstelling geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Een:
exploitatievergunning voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28 lid 1;
ambtshalve vrijstelling als bedoeld in artikel 2:28 lid 3;
ontheffing van de sluitingstijd als bedoeld in artikel 2:29 lid 4;
exploitatievergunning voor een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39;
exploitatievergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 2:84;
exploitatievergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 3:4; en een
ontheffing van de sluitingstijd als bedoeld in artikel 3:6 lid 2,
vervallen van rechtswege zodra de op de vergunning of ontheffing cq vrijstelling vermelde exploitant de exploitatie feitelijk heeft beëindigd.