Toewijzing van een vaste standplaats vindt plaats door de verlening van een daartoe strekkende vergunning door het college op aanvraag.
Bij de toewijzing van vaste standplaatsen gelden de volgende regels:
Vaste standplaatshouders binnen één (sub)branche worden evenredig verdeeld over de in dit marktreglement behorende kaartbijlagen aangegeven clusters. Indien alle clusters gevuld zijn met een standplaatshouder uit dezelfde (sub)branche, moet de volgende op basis van loting kiezen voor een cluster met het minste aantal standplaatshouders in dezelfde (sub)branche.
Voor de (sub)branches waar het maximale aantal vergunninghouders is bereikt geldt een branchestop.
De (sub)branches waar het maximum aantal vergunninghouders niet is bereikt kunnen worden aangevuld met gegadigden voor een vaste standplaats. Indien deze (sub)branches zijn aangevuld tot het maximum aantal dan geldt ook hiervoor een branchestop.
Voor de (sub)branches waar het maximaal aantal vergunninghouders hoger is dan aangegeven in de indelingen zoals weergegeven in artikel 2, lid 6 tot en met lid 9, worden geen vergunningen voor de betreffende (sub)branches verleend totdat het aantal vergunninghouders niet meer wordt overschreden.
Per vergunninghouder is slechts één branche/subbranche toegestaan.
Bij toewijzen van lege vaste standplaatsen wordt de volgende volgorde gehanteerd:
Branchevreemde producten;
Aanvulling tot het maximaal aantal toegestane vergunninghouders van de (sub)branche;
Standplaatsverbetering op grond van anciënniteit:
Aan het begin van elk jaar (januari) worden vaste vergunninghouders in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk aan te melden om in aanmerking te komen voor standplaatsverbetering. Toewijzing zal geschieden op basis van anciënniteit. In geval van gelijke anciënniteit vindt tussen deze gegadigden een loting plaats. Alleen de geregistreerde kandidaten kunnen deelnemen aan de standplaatsverbetering. Voor de bepaling van de anciënniteit wordt het eerste jaar van vergunningverlening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, meegedeeld;
d.Standplaatsuitbreiding:
Aan het begin van elk jaar (januari) worden vaste vergunninghouders in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk aan te melden om in aanmerking te komen voor standplaatsuitbreiding. Toewijzing zal geschieden op basis van anciënniteit. In geval gelijke anciënniteit vindt tussen deze gegadigden een loting plaats. Voor de bepaling van de anciënniteit wordt het eerste jaar van vergunningverlening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, meegedeeld.
4.Bij het toewijzen van nieuwe kooplieden, op grond van het derde lid, onder a of onder b,
worden de onderstaande criteria toegepast:
Het assortiment; aanvulling op bestaande / toevoeging: 1 punt;
Algemene uitstraling en uitstalling: 1 punt;
Verlichting: 1 punt;
Informatieaanduiding: 1 punt;
Meters: 1 punt;
Pinfaciliteiten: 2 punten;
Referenties, betalingsgedrag, sanctiehistorie: 1 punt;
Omgang met klanten en collega’s. 2 punten.
Bij de toewijzing volgens bovenstaande criteria krijgt degene met een hoger aantal punten voorrang boven degene met een lager aantal punten. Bij een gelijk aantal punten vindt loting plaats.
5.Bij de beoordeling van de criteria als bedoeld in lid vier wordt de marktcommissie om
advies gevraagd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7
Toewijzing vaste standplaatsen
Onderdeel van Nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente Almere