Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Zittingsduur en voorziening in vacatures

Onderdeel van Verordening regelende de taak, samenstelling en de werkwijze van de commissie voor kunst en cultuur

1.. De zittingsduur van de leden van de commissie bedraagt vier jaren. 2.. Aftredend is tenminste een lid van de commissie per jaar volgens een door de commissie opgesteld rooster van aftreden. 3.. Aftredende leden kunnen ten hoogste eenmaal voor vier jaren worden herbenoemd. 4.. De raad kan een of meer leden tussentijds ontslaan. 5.. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel