Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter bepaald dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.. Hij geeft daarvan, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste 5 dagen voor de vergadering kennis aan de leden, onder opgaaf van de te behandelen punten en voor zover mogelijk onder bijvoeging van de stukken die betrekking hebben op deze punten. 3.. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de bekendmaking aan te geven wijze ter inzage gelegd, met uitzondering van stukken waaromtrent op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding is opgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel