Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 3.

Gemeentelijke monumentenlijst

Onderdeel van Monumentenverordening 's-Hertogenbosch 2014

1.. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van een of meer belanghebbende(n), besluiten een monument aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2.. Burgemeester en wethouders geven een beschikking over de aanwijzing van onroerende monumenten als beschermd gemeentelijk monumenten, nadat de monumentencommissie en de eigenaar zijn gehoord. Burgemeester en wethouders geven schriftelijk kennis aan de eigenaar van het voornemen een monument aan te wijzen als beschermd monument. In spoedeisende gevallen kunnen zij hiervan afwijken. 3.. Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot kerkelijke monumenten geen beschikking tot aanwijzing als beschermd gemeentelijke monumenten dan na overleg met de eigenaar. 4.. Burgemeester en wethouders nemen binnen acht weken nadat de monumentencommissie isgehoord een beschikking als bedoeld in het tweede lid. De monumentencommissie adviseert binnen vijf weken na de aanvraag daartoe. De beschikking wordt bekend gemaakt aan degenen die als eigenaren en anderszins zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. Bij overschrijding van de termijn van acht weken worden burgemeester en wethouders geacht niet tot plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst te hebben besloten. 5.. Burgemeester en wethouders plaatsen het beschermd gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst. 6.. Burgemeester en wethouders maken de plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend. 7.. De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding aan, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het monument. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek van belanghebbende in de gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen aanbrengen. Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is teniet gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, leden 2 en 3, achterwege. 9.. Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 of die zijn geplaatst op een lijst van monumenten, op grond van een monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant, worden door burgemeester en wethouders niet op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. 10.. Monumenten, die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, worden geacht niet meer op de gemeentelijke monumentenlijst te zijn geplaatst. 11.. De leden 9 en 10 gelden niet voor de aanwijzing door burgemeester en wethouders van gemeentelijke archeologische monumenten c.q voor door burgemeester en wethouders aangewezen archeologische monumenten , indien en voor zover de aanwijzing als rijksmonument niet is geschied vanwege de van gemeentewege te beschermen c.q. beschermde archeologische resten en/of waarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel