Onverminderd het bepaalde in artikel 3 kan aan een gezelschap op basis van deze regeling slechts subsidie worden verstrekt als dat gezelschap:
als zodanig erkend is door een officiële bond welke als zodanig door burgemeester en wethouders is aanvaard en openbaar bekend gemaakt;
onder artistieke leiding staat van een dirigent, instructeur of regisseur/spelstimulator die:
in het bezit is van het einddiploma orkestdirectie, harmonie en fanfaredirectie, koordirectie of regisseurbevoegdheid, behaald via een van rijkswege erkende muziekvakopleiding of toneelopleiding via een staatsexamen of die;
bevoegd is op basis van een einddiploma of akte, welke naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijk te stellen is aan de hiervoor bedoelde einddiploma's of die;
op basis van kennis en ervaring over aantoonbare kwaliteiten beschikt die vergelijkbaar zijn met de kwaliteiten van iemand die in het bezit is van de hiervoor bedoelde einddiploma's;
in afwijking van het gestelde onder b geldt voor majorettekorpsen dat het gezelschap onder leiding staat van een instructeur of instructrice die in het bezit is van tenminste het Majoretteninstructie-diploma fase 3, behaald via een cursus die georganiseerd is door een bond, als bedoeld onder a, of die op basis van kennis en ervaring over aantoonbare kwaliteiten beschikt die vergelijkbaar zijn met de kwaliteiten van iemand die in het bezit is van de hiervoor bedoelde diploma‟s;
tenminste 15 actief musicerende en/of zingende leden of majoretteleden telt of 4 acterende leden;
onder zijn leden tenminste 50% van de actief acterende, dansende, musicerende en/of zingende leden telt, die woonachtig zijn in Maastricht.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Toepassingsgebied per boekjaar verstrekte subsidies amateurkunsten
Onderdeel van REGELING SUBSIDIES AMATEURKUNSTEN 2015 GEMEENTE MAASTRICHT