Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Subsidie per boekjaar muziek- en zanggezelschappen en zelfstandige majorettenverenigingen

Onderdeel van REGELING SUBSIDIES AMATEURKUNSTEN 2015 GEMEENTE MAASTRICHT

1.. Aan een gezelschap dat actief is op het gebied van de amateuristische kunstuitoefening van muziek, zang of majorette kan per boekjaar een subsidie worden verstrekt, bestaande uit een bedrag per gezelschap, ongeacht het aantal leden van dat gezelschap; een bedrag per lid van een gezelschap, vermenigvuldigd met het aantal leden van het gezelschap dat voor subsidie in aanmerking komt op 1 september van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar; voor zanggezelschappen wordt het bedrag per lid stapsgewijs verlaagd naarmate het aantal leden, dat voor subsidie in aanmerking komt, toeneemt. De stapsgewijze verlaging vindt plaats bij het bereiken van de aantallen 26, 51 en 76. 2.. Een bedrag per lid, als bedoeld in het eerste lid, kan uitsluitend worden verstrekt voor ieder lid dat woonachtig is in de gemeente Maastricht, en actief musicerend, zingend of dansend lid is van het gezelschap. 3.. Voor leden, die niet in de gemeente Maastricht wonen, kan eveneens een bedrag per lid, als bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt, zulks echter voor maximaal 15% van het totaal aantal actief musicerende, zingende of dansende leden van dat gezelschap. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 5 kan subsidie aan een gezelschap geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als: een gezelschap verbonden is aan of onderdeel is van een andere vereniging, stichting, instelling, instituut, bedrijf of een vergelijkbare organisatie, zoals een dienstgezelschap, bedrijfsgezelschap, beroepsgezelschap of een gezelschap dat verbonden is aan een inrichting, een onderwijsinstelling of een levensbeschouwelijk genootschap; een gezelschap is aan te merken als een aanhorig gezelschap; een gezelschap zijn openbare en daarom voor iedereen toegankelijke optredens slechts gedurende een zeer beperkte periode in enig jaar laat plaatsvinden in het kader van of gekoppeld aan evenementen die in hun opzet en/of programmering niet primair van muzikale aard zijn of voor het uitvoeren van een toneelvoorstelling; naar oordeel van burgemeester en wethouders aannemelijk is dat een gezelschap in de beoefening van toneel, muziek, zang of majorette onvoldoende actief is. 5.. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 is een gezelschap, als bedoeld in het eerste lid, dat een per boekjaar te verstrekken subsidie wordt verstrekt verplicht jaarlijks tenminste twee openbaar toegankelijke optredens te verzorgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel