Het onderzoek zoals bedoeld in artikel 1 lid 6 van deze verordening start met het voeren van een gesprek met cliënt en/of diens vertegenwoordiger:
Het gesprek is voor het college een middel om haar wettelijke verantwoordelijkheden en de verantwoorde- lijkheden zoals genoemd in artikel 3 van deze verordening, ten uitvoer te brengen.
De vraag van cliënt is leidend in hoe uitgebreid het gesprek is.
Indien door cliënt gewenst, worden de mantelzorger en/of andere personen/deskundigen bij het gesprek betrokken.
Op basis van het gesprek wordt bepaald of nader onderzoek nodig is en hoe het onderzoek invulling krijgt.
Tijdens het gesprek informeert het college de cliënt en/of diens vertegenwoordiger over de vervolg- procedure en vraagt het college om toestemming de persoonsgegevens van cliënt te verwerken.
Het college onderzoekt voor zover nodig:
de behoefte die voorkomt uit de wensen, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling, gezinssituatie en mogelijkheden van cliënt;
de draagkracht en steunbehoefte van de eventuele mantelzorger van cliënt en de belasting die deze ervaart bij de zorg voor de cliënt;
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
de mogelijkheden om op eigen kracht en/of met behulp van anderen in eigen oplossingen te voorzien;
de mogelijkheid om door middel van (algemene)voorzieningen het gewenste resultaat te bereiken;
de mogelijkheden die er bestaan om voorzieningen af te nemen en de gevolgen daarvan;
in hoeverre een mogelijk toe te kennen voorziening kan worden afgestemd op andere voorzieningen en/of behoeften van cliënt op het gebied van jeugdhulp, zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en/of werk en inkomen;
indien van toepassing: of er sprake is van een bijdrage in de kosten voor het gebruik van een voorziening en (een inschatting van) de hoogte van de verschuldigde bijdrage;
indien aan het college overhandigd: het persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo;
andere aspecten die in het kader van het onderzoek noodzakelijk zijn.
Voor het verzamelen van gegevens, noodzakelijk voor het in kaart brengen van het (functionerings) probleem of het beoordelen van een aanvraag zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 van deze verordening, kan naast het gesprek gebruik worden gemaakt van (een combinatie van) de volgende onderzoeksmethoden:
a) dossieronderzoek;
b) een aanvullend gesprek;
c) telefonisch onderzoek;
d) het inschakelen externe deskundigheid;
e) het inwinnen informatie bij behandelaars, zorgverleners, familie en/of overige externe partijen;
f) een huisbezoek of een aanvullend huisbezoek;
g) overige onderzoeksmethoden waartoe het college (wettelijk) bevoegd is.
Het college is bevoegd om in het kader van het onderzoek cliënt en/of diens vertegenwoordiger op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen, rekening houdend met de in de persoon gelegen mogelijkheden en/of beperkingen.
Cliënt of diens vertegenwoordiger is verplicht om aan het college of de door haar aangewezen advies- instantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het onderzoek en/of de beoordeling van de melding/aanvraag.
Het college borgt bij het verrichten van het onderzoek een integrale aanpak ten aanzien van de domeinen jeugdhulp, onderwijs, zorg, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen en politie en justitie.
Bij het onderzoek wordt aan de cliënt medegedeeld welke mogelijkheden er bestaan t.a.v. de oplossings- richting, inclusief de wijze van bekostiging.
Wanneer er sprake is van een situatie waarin de veiligheid van cliënt en/of zijn/haar gezinsleden in het geding is, en/of wanneer een gerechtelijke uitspraak dit voorschrijft, kan dit artikel buiten toepassing worden gelaten.
Dit artikel is niet van toepassing op verwijzing van de huisarts, medisch specialist en/of de jeugdarts in het kader van de Jeugdwet en zoals bedoeld in artikel 2.6 onder g van de Jeugdwet.