**1..** De belanghebbende is verplicht:
In voldoende mate te trachten passende arbeid te vinden;
Aangeboden passende arbeid te aanvaarden;
Mee te werken aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid;
**2..** De belanghebbende dient hierbij te voorkomen dat hij:
Door eigen toedoen geen passende arbeid kan verkrijgen;
Door eigen toedoen passende arbeid opgeeft;
Eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren
**3..** De mate waarin arbeid als “passende arbeid’ kan worden beschouwd, wordt in elk geval bepaald door:
De aard van de arbeid. In relatie tot eerder verrichte arbeid, een eerder uitgeoefend beroep of opgedane werkervaring;
Het opleidingsniveau van de belanghebbende;
De reistijd naar en van het werk;
Het geboden loon;
Het werkloosheidsrisico.
**4..** Voorgaande verplichting tot het aanvaarden van passende arbeid vervalt indien belanghebbende:
De pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
Een nieuw politiek ambt als bedoeld in artikel 2 van de APPA aanvaardt, waarvan de bezoldiging volgens artikel 133 van de APPA tenminste 70% bedraagt van de als burgemeester dan wel wethouder laatst genoten wedde;
Recht heeft op een voortgezette uitkering als gevolg van algemene invaliditeit als bedoeld in artikel 133a van de APPA;
**5..** Voorgaande bepalingen zijn niet van toepassing gedurende de eerste 3 maanden na het aftreden van belanghebbende.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.1
Artikel 2.1
Onderdeel van Verordening sollicitatieplicht en outplacement politieke ambtsdragers 2014