Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.1

Artikel 2.1

Onderdeel van Verordening sollicitatieplicht en outplacement politieke ambtsdragers 2014

1.. De belanghebbende is verplicht: In voldoende mate te trachten passende arbeid te vinden; Aangeboden passende arbeid te aanvaarden; Mee te werken aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid; 2.. De belanghebbende dient hierbij te voorkomen dat hij: Door eigen toedoen geen passende arbeid kan verkrijgen; Door eigen toedoen passende arbeid opgeeft; Eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren 3.. De mate waarin arbeid als “passende arbeid’ kan worden beschouwd, wordt in elk geval bepaald door: De aard van de arbeid. In relatie tot eerder verrichte arbeid, een eerder uitgeoefend beroep of opgedane werkervaring; Het opleidingsniveau van de belanghebbende; De reistijd naar en van het werk; Het geboden loon; Het werkloosheidsrisico. 4.. Voorgaande verplichting tot het aanvaarden van passende arbeid vervalt indien belanghebbende: De pensioengerechtigde leeftijd bereikt; Een nieuw politiek ambt als bedoeld in artikel 2 van de APPA aanvaardt, waarvan de bezoldiging volgens artikel 133 van de APPA tenminste 70% bedraagt van de als burgemeester dan wel wethouder laatst genoten wedde; Recht heeft op een voortgezette uitkering als gevolg van algemene invaliditeit als bedoeld in artikel 133a van de APPA; 5.. Voorgaande bepalingen zijn niet van toepassing gedurende de eerste 3 maanden na het aftreden van belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel