In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
zin van artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
kampeerterreinen
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
bestemd of mede bestemd.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
voor
kleinschalig kamperen bij een bestaand agrarisch bedrijf dat
een bouwblok omvat met bedrijfswoning (het zogenaamde
‘kamperen bij de boer’) met een maximum aantal van 15
kampeermiddelen gedurende het kampeerseizoen (van 15 maart
tot 31 oktober);
verenigings-en groepskamperen, gekoppeld aan evenementen,
festiviteiten of
andere bijzondere gelegenheden.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
bedoeld in het eerste lid.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
worden geweigerd in het belang van:
de bescherming van natuur en landschap;
de bescherming van een stads- of dorpsgezicht;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
gemeente.
Op de ontheffing is paragraaf
4.1.3.3,Awb
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 3. › AFDELING 5.
Artikel 4:17
Begripsbepaling
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2014