Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 9.

Intrekking vaste-standplaatsvergunning

Onderdeel van Marktverordening 2014

1.. Het college trekt een vaste-standplaatsvergunning in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of 2 maanden na de bedrijfsbeëindiging of nadat vergunninghouder is overleden, arbeidsongeschikt is geworden of onder curatele is gesteld, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 7; als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. 2.. Het college kan een vaste-standplaatsvergunning intrekken: indien niet binnen 4 weken na verlening of overschrijving van de vergunning gebruik wordt gemaakt van de vergunning; indien vergunninghouder de standplaats minder dan 11 marktdagen per kwartaal heeft ingenomen, behoudens het geval dat aan vergunninghouder een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 8. Maximaal 8 marktdagen per kalenderjaar worden niet meerekent indien de reden van afwezigheid vakantie, kortdurende ziekte of bijzondere omstandigheden betreft; indien de standplaats wegens langdurige ziekte gedurende zes maanden niet wordt ingenomen. Het opvragen van een doktersverklaring behoort tot de mogelijkheden; als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel