Deze bepaling is opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en kan gezien worden als een uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.1.3, eerste lid en tweede lid, onder a, van de wet. Daarbij is onder meer bepaald dat de gemeente bij verordening in ieder geval bepaalt op welke wijze een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen en opvang. Deze bepaling maakt het voor het college mogelijk om de uitvoering van het onderzoek alsmede de verstrekking van een maatwerkvoorziening in het kader van beschermd wonen en opvang te mandateren aan een (centrum)gemeente in de regio. Hiervoor kunnen door het college nadere regels opgesteld worden.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.
Beschermd wonen en opvang
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2015