Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7:

Artikel 21.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE OLST-WIJHE 2015

1.. De cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening. 2.. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of, de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. 3.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na uitbetaling te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 4.. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel