Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 15

Bijdrage maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Hellendoorn 2015

1.. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening. 2.. De bijdrage voor alle categorieën personen wordt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8, tweede lid van het uitvoeringsbesluit, verlaagd: door het percentage, genoemd in artikel 3.8, eerste lid van het uitvoeringsbesluit, te verlagen naar 10%; door de bedragen van het inkomensbedrag, genoemd in artikel 3.8, eerste lid van het uitvoeringsbesluit, met 10% te verhogen. 3.. Voor de volgende maatwerkvoorzienigen is geen bijdrage verschuldigd: een Wmo-vervoerspas; een woonvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget voor huurderving; een woonvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget voor vergoeding in de verhuis- en herinrichtingskosten, zoals bedoeld in artikel 9, vierde lid van het besluit, en in het geval de verhuizing plaatsvindt op verzoek van het college, zoals bedoeld in artikel 9, vijfde lid van het besluit. 4.. Voor voorzieningen, die in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt, niet zijnde diensten, wordt voor de duur van maximaal 5 jaar een bijdrage in de kosten opgelegd. 5.. Voor een woningaanpassing, als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid van de wet, wordt voor de duur van maximaal 3 jaar een bijdrage in de kosten opgelegd. 6.. De omvang van de bijdrage bedraagt in ieder geval niet meer dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel