Het college ziet af van een maatregel als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan 12 maanden geleden heeft plaatsgevonden.
Het college kan afzien van een maatregel als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht als bedoeld in artikel 18, tiende lid, van de wet.
Indien het college afziet van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Het college kan de maatregel op een lager niveau of op nul vaststellen op grond van artikel 18, eerste lid en tiende lid, van de wet.
Bij toepassing van het vierde lid wordt de maatregel op 50 procent vastgesteld.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Afzien van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ 2015 gemeente Velsen