Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015

1.. Het college verstrekt geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 2.. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, 3.. Voor zover dit geen onderdeel is van het pgb, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 4.. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld 5.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief, betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk: Maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners, en Dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald. 7.. Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel