**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
een speciale school voor basisonderwijs, zoals bedoeld in de Wet op
het primair onderwijs bezoekt, van wie het gezamenlijke inkomen de
voor het betreffende schooljaar vastgestelde inkomensgrens
overschrijdt, wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de
kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar
vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.
**2..** In geval het college besluit, in plaats van toekenning van
bekostiging in geld, het vervoer zelf te verzorgen of te laten
verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor
basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt,
per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de
kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde
afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan de voor het
betreffende schooljaar vastgestelde inkomensgrens.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de
OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende
OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand
redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van
openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen
van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de
leerling binnen het systeem kunnen gelden.
**4..** De inkomensgrens, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met
ingang van 1 januari jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig
afgerond op een veelvoud van € 450.
**5..** Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun
structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op
ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege
een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik
kunnen maken.