Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Onderzoek

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Oost Gelre

1.. Een gesprek maakt onderdeel uit van het onderzoek. Het gesprek vindt plaats met de jeugdige en zijn ouders of zijn wettelijk vertegenwoordiger. 2.. De jeugdige of zijn ouders verstrekken alle toegankelijke gegevens die volgens het college nodig zijn voor het onderzoek. In ieder geval wordt het identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht door de jeugdige of zijn ouders verstrekt. 3.. Als de gegevens van de jeugdige en zijn situatie al voldoende bekend zijn, kan het college afzien van de in lid 2 bedoelde gegevensverzameling. 4.. Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige of zijn ouders: het probleem of de ondersteuningsvraag, de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige; Het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; Het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de ondersteuningsvraag te vinden; De mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; De mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; De mogelijkheden om een individuele voorziening te treffen; De wijze waarop de individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen; De mogelijkheid om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget. 5.. In gevallen bedoeld in artikel 8.2.1. van de wet informeert het college de ouders dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe deze bijdrage wordt geïnd. 6.. Het college vraagt de jeugdige of zijn ouders toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 7.. Het college zorgt voor schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek waaronder een verslag van het gesprek. 8.. Het college verstrekt het verslag zo spoedig mogelijk na het gesprek aan de jeugdige of zijn ouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel