1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in
artikel 8, tweede lid:
a. wordt uitgereikt: op het moment van het doen van de uitreiking;
b. wordt toegezonden:
I. algemeen: binnen één maand na de dagtekening;
II. bij toepassing van onderdelen 1 en 2 van de tarieventabel: in twee
termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op 1 maart en de tweede termijn
op 1 oktober van het belastingjaar.
2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden
later.
3. In afwijking van het tweede lid geldt dat ingeval de gemeente is
gemachtigd tot automatische incasso, de aanslagen moeten worden betaald in
acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag
van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2015