De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
a. Voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de
openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen
zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel
a, van de Gemeentewet , dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is
overeengekomen;
b. Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit
of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij
een derde;
c. houtvlotten, losse bomen, balken, masten of palen afkomstig van en gelost
uit een zee- of binnenvaartuig waarvoor havengeld is betaald, zolang deze
objecten in afwachting van verder vervoer gedurende ten hoogste tweemaal 24
uren in de haven liggen waarin ze gelost zijn.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2015