**1..** Op grond van het gestelde in artikel 58, eerste lid WWB is het college bevoegd om in beleidsregels de voorwaarden vast te leggen op grond waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand van de belanghebbende, al dan niet als gevolg van de verwijtbare niet-nakoming van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 WWB, wordt teruggevorderd, voor zover hierin niet reeds is voorzien in paragraaf 6.4 Wet werk en bijstand.
**2..** Op grond van het gestelde in artikel 58 eerste lid WWB is het college bevoegd om in beleidsregels de voorwaarden vast te leggen op grond waarvan het tijdelijk, dan wel geheel of gedeeltelijk kan afzien van terugvordering.
**3..** Op grond van het gestelde in artikel 60 tweede lid WWB is het college bevoegd om in beleidsregels de voorwaarden vast te leggen ten aanzien van de invordering van kosten van bijstand, voor zover hierin niet reeds is voorzien in de bepalingen van titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht over bestuursrechtelijke geldschulden.
**4..** Het gestelde in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheden van het college zoals die zijn beschreven in de artikelen 25 tot en met 32 IOAW/IOAZ.
Hoofdstuk 4.
Artikel 6.
Terugvordering
Onderdeel van Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Vught 2015