Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 5.

Terugvordering

Onderdeel van Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz Vught 2018

1.. Op grond van het gestelde in artikel 58 lid 2 PW is het college bevoegd om in beleidsregels de voorwaarden vast te leggen op grond waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand van de belanghebbende wordt teruggevorderd, anders dan als gevolg van de verwijtbare niet-nakoming van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 lid 1 PW, voor zover hierin niet reeds is voorzien in paragraaf 6.4 PW of op grond van artikel 44 tot en met 47 Bbz. 2.. Op grond van het gestelde in artikel 58 lid 2 PW of artikel 25 lid 2 en 3 IOAW of IOAZ of artikel 44 lid 2 Bbz is het college bevoegd om in beleidsregels de voorwaarden vast te leggen op grond waarvan het college tijdelijk, dan wel geheel of gedeeltelijk, kan afzien van terugvordering van de ten onrechte verleende bijstand of uitkering, naast hetgeen hierover reeds bepaald is in artikel 58 lid 7 en 8 PW of artikel 25 lid 6 en 7 IOAW of IOAZ. 3.. Op grond van het gestelde in artikel 60 lid 2 PW of artikel 28 lid 1 IOAW of IOAZ is het college bevoegd om in beleidsregels de voorwaarden vast te leggen ten aanzien van de invordering van kosten van bijstand, voor zover hierin niet reeds is voorzien in de bepalingen van titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht over bestuursrechtelijke geldschulden. 4.. Het gestelde in lid 1 tot en met 3 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheden van het college zoals die zijn beschreven in de artikelen 25 lid 2 en 3 en volgende tot en met artikel 32 IOAW en IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel