Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 15

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening en intrekking

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oost Gelre

1.. Degene aan wie een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk uit eigen beweging schriftelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een maatwerkvoorziening. 2.. Het college kan een besluit herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen; de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden; de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt; 3.. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken als er sprake is van wijziging van nadere regels en/of beleidsregels. Het college neemt bij hierdoor te nemen beschikkingen een redelijke overgangstermijn in acht. 4.. Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel