Deze verordening verstaat onder:
aanvrager: de veroorzaker van een bodemverstorende activiteit die een aanvraag om tegemoetkoming in de excessieve opgravingskosten indient;
excessieve opgravingskosten: schade die een aanvrager lijdt en die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijner laste behoort te blijven;
schade: de schade ten gevolge van een weigering in het belang van de archeologische monumentenzorg of schade ten gevolge van voorschriften die aan aanvrager worden gesteld in het belang van de archeologische monumentenzorg;
bijdrage: het bedrag dat beschikbaar wordt gesteld op grond van de regeling excessieve opgravingskosten;
het college: het college van burgemeester en wethouders;
budget: het bedrag dat volgens artikel 3 in enig kalenderjaar voor de regeling excessieve opgravingskosten beschikbaar is gesteld;
bruto projectkosten: de directe projectactiviteiten (waaronder arbeidsuren, materiaal, onderaannemers, algemene bouwplaatskosten (maximaal 8%), algemene bedrijfskosten (maximaal 5%), winst en risico (maximaal 3%), onvoorzien (maximaal 5%) en stelposten) en indirecte projectactiviteiten (waaronder directiekosten zoals werktekeningen, toezicht, adviseurs (totaal maximaal 9%)) voor aftrek van ontvangen gelden van derden;