De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt
in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de
raad.
Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan
wordt aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.
De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie
die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.
De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde
ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de
raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling
in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht
van die fractie zijn benoemd van rechtswege.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2014