Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Regels voor een persoonsgebonden budget (pgb)

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 4.. Een cliënt ten behoeve van wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn diensten dan het door het college in het Besluit vastgestelde tarief; tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald. 5.. Het college stelt nadere regels op over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel