Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2016'.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2014.
De griffier,
De voorzitter,
F. Backerra a.i.
W.M. de Jong
Toelichting en berekening OZB 2016
Toelichting
Uitgangspunt bij de tariefstelling OZB (onroerendezaakbelastingen) is de geraamde opbrengst zoals neergelegd in de begroting 2016. Deze opbrengst is bepaald door de geraamde opbrengst van het huidige jaar (2015) te corrigeren voor inflatie. Hierin is ook een geraamde opbrengst voor areaaluitbreiding opgenomen.
Herwaardering
Nadat de OZB-opbrengsten voor de begroting zijn geraamd, vindt de herwaardering plaats. In aansluiting op de geldende wetgeving heeft ook in 2015 een herwaardering plaatsgevonden. Daarbij is de waarde van alle onroerende zaken voor het belastingjaar 2016, naar het waarde niveau (waarde peildatum) op 1 januari 2015, opnieuw bepaald. De gemiddelde waardeontwikkeling voor zowel woningen als niet-woningen laat, ten opzichte van het vorige herwaarderingsjaar, een daling zien.
Waardeniveau onroerende zaken
De gemiddelde waardeontwikkeling voor de woningen bedraagt -/- 0,4% en voor de niet-woningen
-/- 5,6% op basis van gegevens die door de BghU zijn aangeleverd naar aanleiding van de herwaardering, die heeft plaatsgevonden. Deze waardedaling is gerealiseerd tussen de waarde vaststelling op de vorige waarde peildatum 1 januari 2014 en de nieuwe waarde peildatum 1 januari 2015. Het betreft dus de waardeontwikkeling over een periode van één jaar. De waardeontwikkeling is gebaseerd op de verkoopcijfers welke zijn gerealiseerd rond de ola van 1 januari 2015 en sluiten aan op het marktniveau. Om aansluiting te houden op deze waarden en waarden die eerder gehanteerd zijn, was een extra waarde-aanpassing noodzakelijk.
Toezicht Waarderingskamer (Waka)
Door de Waka wordt onveranderd streng gecontroleerd op de voortgang en de kwaliteit van de werkzaamheden op het gebied van de Wet Waardering Onroerende zaken (Wet WOZ). Door toetreding bij de BghU zal de Waka plaatsvinden op dat niveau.
Macronorm
De macronorm stelt dat de OZB-opbrengsten van alle gemeenten gezamenlijk niet meer mogen zijn dan vooraf door het Rijk bepaald. Het individueel overschrijden van deze norm heeft daarom geen consequenties zolang op landelijk niveau de OZB-opbrengsten de macronorm maar niet overschrijden. De macronorm OZB voor 2016 is bepaald op 2,7%.
In Houten wordt de macronorm 2016 niet overschreden.
In de meicirculaire 2015 is aangegeven dat de besluitvorming over de vaststelling van de
macronorm OZB voor het jaar 2016 en de overschrijding van de macronorm in 2015 uitgesteld zou
worden tot het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (Bofv) in het najaar van 2015.
Achtergrond daarvan was het lopende onderzoek naar de verruiming van het belastinggebied van
gemeenten in het kader van een herziening van het belastingstelsel. Vanwege op dit moment
onvoldoende politiek draagvlak is vooralsnog afgezien van het voornemen tot een dergelijke
verruiming.
Met het oog op de begrotingsvoorbereiding 2016 van gemeenten is daarom in het Bofv van 14
september jl. afgesproken de macronormsystematiek te continueren voor 2016. Tegelijkertijd is
vastgesteld dat de overschrijding van de macronorm 2015 (€ 43,5 miljoen ofwel 1,17%) in
mindering wordt gebracht op de macroruimte in 2016. De macronorm 2016 van 2,7% wordt
gecorrigeerd met € 43,5 miljoen. Dit houdt in dat de maximale macro-opbrengststijging € 60,9
miljoen bedraagt ofwel een macronorm van 1,57% voor 2016.
Daarnaast is in het Bofv afgesproken dat gemeenten een gemeentelijk belastingplan opstellen,
waarin op een transparante wijze de onderbouwing en de jaarlijkse mutaties van de gemeentelijke
belastingen wordt opgenomen. Dit is in lijn met de voorgenomen wijzigingen van het BBV op dit
punt.
Tarief
Voor de raming van de OZB opbrengsten zijn de geraamde inkomsten van 2015 geïndexeerd met het vastgestelde indexeringsprecentage uit de begrotingsrichtlijnen (0,8%). Om tot een juiste tariefstelling te komen moet echter rekening gehouden worden met de gemiddelde waardeontwikkeling zoals deze zichtbaar wordt na afronding van die herwaardering. Ter illustratie het volgende voorbeeld:
P x Q = O waarbij:
P = OZB-tarief
Q = totale waarde
O = opbrengst ( geraamde opbrengst en ligt vast in de begroting)
Wanneer de gemiddelde waarde van de onroerende zaken stijgt (Q) zal het tarief (P) moeten dalen om geen meeropbrengsten (O) te genereren. Een gelijke redenering geldt in een dalende markt. Wanneer de gemiddelde waarde van de onroerende zaken daalt (Q), zal om de in de begroting geraamde opbrengst (O) te genereren het tarief (P) moeten stijgen.
Per saldo betekent bovenstaande dat voor zover er sprake is van lastenverzwaring deze wordt veroorzaakt vanuit de correctie van het tarief voor de inflatie.
Daarbij geldt één belangrijke kanttekening. Er wordt altijd en dus onveranderd gerekend met een gemiddelde waardeontwikkeling. Dit betekent dat er in individuele gevallen sprake kan zijn van lastenverzwaring maar ook van lastenverlichting. Dit is niet te voorkomen omdat er wettelijk maar drie OZB-tarieven kunnen worden vastgesteld. Eén tarief eigenarenbelasting woningen, één tarief eigenarenbelasting niet-woningen en één tarief gebruikersbelasting niet-woningen. Maatwerk in individuele gevallen is niet mogelijk en bij wet uitgesloten. Individuele effecten zijn dus niet te beïnvloeden.
Direct effect herwaardering op OZB-tariefstelling
De herwaardering laat zien dat er in Houten opnieuw sprake is van een waardedaling van de onroerende zaken. Dit betekent, onder verwijzing naar het hiervoor gestelde, automatisch hogere tarieven.
Berekening
Categorie
Tarief 2014
Tarief 2015
Tarief 2016
Waarde-
Ontwikkeling*
Inflatie
Correctie
Woningen / Eigenaren
0,1348%
0,1422%
0,1465%
-/- 2,18%
+/+ 0,8%
Niet-Won. / Eigenaren
0,2764%
0,3028%
0,3017%
+/+ 1,17%
+/+ 0,8%
Niet-Won. / Gebruikers
0,2160%
0,2341%
0,2357%
+/+ 0,10%
+/+ 0,8%
* Zoals eerder vermeld onder kopje Waardeniveau onroerende zaken is de waardeontwikkeling gecorrigeerd voor de eerder genoemde waarde-aanpassing om aansluiting te houden op de door de BghU geleverde waarden en met de verwachte extra waardedaling vanuit de te verwachten te honoreren bezwaarschriften in 2016.
Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is geen verschuiving van belastingdruk van niet-woningen naar woningen.
Berekening tarief
De nieuwe tarieven zijn tot stand gekomen door de oude tarieven te corrigeren met de totale waardeontwikkeling en het inflatiepercentage 2016 gebaseerd op de door de BghU aangeleverde waarderingen.
Het OZB-tarief woningen 2016 wordt berekend via de volgende formule:
Tarief 2016 = (Tarief 2015 * (inflatiepercentage / waardeontwikkeling)) * 100%
Tarief 2016 = (0,1422 * (1,008 / 0,9782)) * 100%
Ter verduidelijking een rekenvoorbeeld:
Woning A-straat 1
2015
2016
Waarde
€ 250.000,-
€ 244.550,- (uitgaande van een waardeontwikkeling gelijk aan
-/- 2,18%)
Ozb-tarief
0,1422%
0,1465%
Te betalen Ozb-eigenarenbelasting
€ 355,50
€ 358,27
Artikel 11
Citeertitel
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelastingen 2015