Lid 1. Gelet op artikel 13 c lid 1 van de wet wordt, behoudens het bepaalde in het tweede lid, geen onderscheid gemaakt naar economische of maatschappelijke binding ten aanzien van woningzoekenden:
waarvan redelijkerwijs niet of niet meer verwacht kan worden dat zij door het duurzaam verrichten van arbeid in hun bestaan voorzien, zoals gepensioneerden, ernstig invaliden en langdurig werklozen;
die als remigrant wensen terug te keren naar Nederland of zijn teruggekeerd, doch nog niet over passende huisvesting beschikken;
die met toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet als vluchteling zijn toegelaten of van wie het verzoek om toelating als vluchteling is afgewezen, onder verlening, gelijktijdig of nadien, van een vergunning tot verblijf of humanitaire gronden, als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, zonder dat daaraan beperkingen zijn verbonden, een en ander indien zij in verband met die omstandigheid woonruimte behoeven;
die na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, in verband met die omstandigheid dringend woonruimte behoeven, of
die een procedure tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed aanhangig hebben gemaakt en een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 822 en 823 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering hebben verkregen, indien zij in verband met die omstandigheid dringend woonruimte behoeven.
Sub b. Remigrant: een remigrant is een naar zijn land terugkerende emigrant (definitie Van Dale).
Sub c. Vluchtelingen: iemand moet aantonen dat hij rechtmatig langer dan 3 maanden in Nederland mag verblijven, dat er geen beperkingen aan dat verblijf zijn verbonden en dat hij nog niet over eigen woonruimte beschikt.
Verblijfsdocumenten I, II, III, IV worden afgegeven voor maximaal 5 jaar, eventuele beperkingen staan erop vermeld. Beperkingen kunnen zijn: gezinshereniging, studie, arbeid in loondienst, medische behandeling.
W-documenten (of sticker in paspoort) betekenen dat men nog in afwachting is van een besluit op de aanvraag tot verblijf. Personen met een dergelijk document behoren niet tot de uitzonderingen en komen niet in aanmerking voor een huisvestingsvergunning.
Verblijfsdocument type EU/EER (verblijfskaart voor gemeenschapsonderdanen): dit document wordt verstrekt aan vreemdelingen uit Bulgarije en Roemenië die voor langere tijd op basis van het gemeenschapsrecht in Nederland verblijven. Daarnaast wordt het document verstrekt aan familieleden van burgers van de Unie die zelf een nationaliteit van een derde land hebben. Arbeid is vrij toegestaan en een tewerkstellingsvergunning is in de meeste gevallen niet vereist.
Onderdanen van een van de landen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte zijn overigens niet verplicht een EU/EERdocument te hebben. Voor EU/EER-onderdanen is een geldig paspoort voldoende.
EU/EER-onderdanen zijn vreemdelingen met één van de volgende nationaliteiten: België, Cyprus, Duitsland, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië en Noord-Ierland), IJsland en Zweden.
Sub d en e. Echtscheiding: de echtscheiding moet definitief zijn (vonnis ingeschreven in de GBA) of er moet een voorlopige voorziening zijn (tussentijdse uitspraak rechter) en als gevolg van de scheiding is woonruimte nodig. Bijvoorbeeld omdat de woning door de rechtbank aan de andere partner is toebedeeld. In gevallen van het verbreken van samenleving worden de regels zo veel mogelijk analoog toegepast.
Lid 2. Gelet op het bepaalde van artikel 6 van het Huisvestingsbesluit wordt een onderscheid naar economische of maatschappelijke binding niet gemaakt ten aanzien van woningzoekenden:
die een huisvestingsvergunning aanvragen met het oog op een voorgenomen woningruil, indien ten minste één der bij de ruil betrokken partijen behoort tot een categorie, genoemd in artikel 13 c, eerste lid, van de wet, of aan de ruil een aanvaarding van een werkkring ten grondslag ligt;
die als personeel in dienst zijn van het Europees Laboratorium voor ruimtetechnologie van de European Space Research Organisation en hun functie in Nederland uitoefenen.
Woningruil: er is wel een huisvestingsvergunning nodig bij woningruil, maar als een van de partijen bij de ruil is vrijgesteld van de bindingseisen wordt er niet getoetst op bindingseisen. Hetzelfde is van toepassing als er geruild wordt omdat iemand in de provincie Utrecht of de gemeente Nijkerk een baan heeft geaccepteerd, of in de regio waarmee wordt geruild.
Artikel 2.4.2
Economische en maatschappelijke binding
Onderdeel van Huisvestingsverordening Amersfoort 2014