Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 13a.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de Gemeente Meppel 2014

Burgers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Hij of zijn spreekt voorafgaand aan het agendapunt in. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste 32 uur voor de aanvang van de vergadering van de raad aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De inspreker kan in twee termijnen het woord voeren. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeeld de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes insprekers zijn.De voorzitter kan na overleg met de gemeenteraad in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter stelt de deelnemers aan de raadsvergadering in de gelegenheid aan inspreker korte verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen inspreker en deelnemers van de vergadering. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel