In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
aanbieder: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene of individuele voorziening te leveren;
andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
beschikking:een beschikking is een overheidsbeslissing in een concreet geval, bijvoorbeeld een beslissing op de aanvraag van een individuele voorziening;
cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
college: bestuurders van een gemeente, bestaande uit burgemeester en wethouders. Binnen de Jeugdwet en deze verordening worden veel bevoegdheden gelegd bij het college. De uitvoering hiervan zal echter in de regel namens het college gedaan worden (in mandaat) door deskundige consulenten, ambtenaren en bijvoorbeeld het generalistenteam en specialistenteam;
familiegroepsplan: Een plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
generalistenteam: team van professionals op het gebied van participatie, jeugd en Wmo, voor ondersteuningsvragen, verbonden met de leefgebieden van inwoners en gezinnen, gemandateerd voor opschaling naar specialistenteam en het inzetten van individuele voorzieningen en maatwerkvoorzieningen;
gesprek:gesprek als bedoeld in artikel 5;
hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;
individuele voorziening:op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid; die via een beschikking toegankelijk is en door het college in natura wordt verstrekt;
jeugdarts: arts die als jeugdarts KNMG is ingeschreven in het door het College
Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering
van de Geneeskunst ingestelde profielregister jeugdgezondheidszorg;
medisch specialist: geneeskundig specialist die als specialist is ingeschreven in een door
het College Geneeskundig Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter
bevordering van de Geneeskunst ingestelde register als bedoeld in artikel 14 van de Wet op
de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
melding:melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid;
ondersteuningsplan: het hulpverleningsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet. Dit hulpverleningsplan wordt opgesteld door het wijkteam en/of specialistenteam in samenspraak met de jeugdige of zijn ouders en indien noodzakelijk samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren. In het ondersteuningsplan staan alle vormen van ondersteuning en hulp opgenomen die ten behoeve van de jeugdige of zijn ouders worden ingezet. Het ondersteuningsplan maakt integraal onderdeel uit van de verleningsbeschikking voor een
individuele voorziening;
ouders: ouders, verzorgers, voogd of andere wettelijke vertegenwoordiger van de jeugdige;
overige voorziening:voorziening geleverd door derden; waarvoor geen beschikking van het college vereist is;
pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;
sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de jeugdige of ouders een sociale relatie onderhoudt;
specialistenteam: team van professionals, inzetbaar via het generalistenteam, gemandateerd om individuele voorziening en maatwerkvoorziening in te zetten;
wet: Jeugdwet.
woonplaats:
woonplaats als bedoeld in artikel 12 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
ingeval de voogdij over de jeugdige berust bij een instelling als bedoeld in artikel 302
van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: de plaats van het werkelijke verblijf van de
jeugdige;
ingeval de woonplaats, bedoeld onder 1° en 2°, onbekend is dan wel buiten Nederland
is: de plaats van het werkelijke verblijf van de jeugdige op het moment van de hulpvraag
(pm: toevoeging vierde onderdeel: ‘4°. ingeval de jeugdige de leeftijd van achttien jaar
heeft bereikt: de woonplaats van de jeugdige” volgens de consultatieversie van de
Invoeringswet Jeugdwet).
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening jeugdhulp Gemeente Oirschot, 2015