**a..** Markt: de door het college ingestelde warenmarkt;
**b..** Standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
**c..** Vaste standplaats: de standplaats die op een markt voor onbepaalde tijd ter beschikking wordt gesteld aan de vergunninghouder;
**d..** Dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel is ingenomen;
**e..** Standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzettting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;
**f..** Standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken.
**g..** Vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats.
Artikel 2.
Begripsbepaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2015