Stuurgroep
De stuurgroep veelplegers wordt gevormd door vertegenwoordigers van de volgende partijen:
het parket
de politie
de gemeenten
reclasseringsinstellingen
instelling voor verslavingszorg
Raad voor de Kinderbescherming
Bureau Jeugdzorg
JI Vught
JJI
BJZ
GGzE
GGz Oost Brabant
Stichting St. Annaklooster
Maatschappelijke opvang
De stuurgroep veelplegers volgt en evalueert de uitvoering van het convenant en kan gedurende de looptijd van het convenant verbeteringen in de afspraken en procedures tot stand te brengen.
De stuurgroep heeft als taak:
het monitoren van de uitgevoerde aanpak in de keten.
Het reageren op signalen en knelpunten in de ketenaanpak en het geven van oplossingsrichtingen.
het signaleren van knelpunten in de ketenaanpak aan de politiek, voor zover deze niet oplosbaar (b)lijken te zijn.
Het jaarlijks monitoren van de behaalde resultaten.
Zij wordt daartoe gevoed door de deelnemers in de hieronder nader genoemde casusoverleggen veelplegers.
De stuurgroep veelplegers informeert tweemaal per jaar het Arrondissementaal Justitieel Beraad en het Regionaal College. Daarnaast stelt de stuurgroep periodiek "de lijst geprioriteerde veelplegers" in geactualiseerde vorm vast.
De masterlijst veelplegers wordt jaarlijks door de politie (Bureau Veelplegers) opgesteld en bevat de totale populatie veelplegers van de regio. Selectie vindt plaats op basis van justitiële gegevens opgenomen in de veelplegers definities. Deze lijst dient als uitgangspunt voor de te prioriteren veelplegers.
In aanvulling op de masterlijst is het mogelijk om iemand aan te dragen voor prioritering (en een persoonsgebonden aanpak) op basis van niet-justitiële gegevens. Het betreft dan vaak zorgwekkende gevallen die in aanraking komen met zorgverleners. Ook kan een gerechtelijke uitspraak (opdracht voor deelnemende instantie) aanleiding vormen voor behandeling in het casusoverleg.
Casusoverleggen
De deelnemende partijen aan de ketenaanpak veelplegers kunnen in het casusoverleg een verzoek indienen om dossier te prioriteren waardoor extra aandacht en inzet van middelen ten behoeve van de betrokkene beschikbaar komen.
Wanneer een dossier is aangedragen ter prioritering wordt door de politie getoetst of betrokkene voldoet aan de regionale definities veelplegers. Wanneer dit niet het geval is wordt het dossier doorverwezen naar een andere schakel in het netwerk van justitiële en zorgpartners.
Partners ontvangen van de politie een informatieverzoek. Het betreft een gestandaardiseerd verzoek met een vijftal vragen:
Is de veelpleger bekend bij de instelling? Wie is de contactpersoon/begeleider?
Doorloopt de veelplegers op dit moment een traject?
Wat is in het verleden gebeurd rondom de persoon? Welke trajecten zijn reeds doorlopen?
Welke resultaten heeft dit opgeleverd?
Wat adviseert u t.b.v. de betrokkene?
Afgevaardigden van de partners gaan op zoek naar relevante informatie rondom betrokkene en retourneren bevindingen naar de politie. De politie stelt vervolgens de volledige informatie gebundeld ter beschikking aan betrokken partners.
Binnen de regio vindt op twee locaties casusoverleg plaats. De geprioriteerde veelplegers worden elke twee weken besproken in Eindhoven en Helmond. In Eindhoven wordt de agenda gevormd door veelplegers uit de gemeente Eindhoven en de overige gemeenten uit de Kempen. In Helmond staan de veelplegers uit deze gemeente centraal, aangevuld met de veelplegers uit de gemeenten in de Peel. Voor de minderjarige veelplegers wordt afzonderlijk op beide locaties een casusoverleg gehouden.
Aan het casusoverleg veelplegers nemen de volgende partijen deel:
Het parket
De politie
De gemeente
De drie reclasseringsinstellingen / instelling voor verslavingszorg
JI Vught
GGZ
Aan het casusoverleg minderjarige veelplegers nemen de volgende partijen deel:
Het parket
De politie
De gemeente
Bureau jeugdzorg
Raad voor de Kinderbescherming
De voorzitter van het casusoverleg bedeelt afhankelijk van de problematiek van betrokkene toe aan één van de deelnemers van het casusoverleg. Betreffende instantie schrijft een concept plan van aanpak op basis van de beschikbare informatie en specifieke expertise met problematiek van betrokkene. In de PGA dienen te worden opgenomen de doelstelling van het traject, inzet van middelen, tijdspad en casusverantwoordelijke. De concept PGA wordt in het casusoverleg besproken. Indien blijkt dat de problematiek voornamelijk elders thuis hoort kan het dossier worden overgedragen bv. Naar het Forensisch Psychiatrisch Netwerk. Indien akkoord, wordt de prioritering een feit en gaat de geformuleerde PGA gelden als leidraad. De geplande activiteiten van de PGA worden in de praktijk gebracht. Veelal betreft het activiteiten van verschillende instanties die een gezamenlijk effect voor ogen hebben. Toetsing van voortgang en resultaten is van groot belang. Indien nodig kunnen aanpassingen in het programma worden gemaakt en afgestemd.
Na verloop van tijd dient uitstroom plaats te vinden. Er zijn drie mogelijkheden waarlangs uitstroom plaatsvindt. De betrokkene verdwijnt dan van de agenda van het casusoverleg en komt niet meer in aanmerking voor de additionele aandacht en middelen.
Indien betrokkene niet meer voldoet aan de regionale definities van veelplegers dient deze uit te stromen uit het casusoverleg om ruimte vrij te maken voor gevallen die wel aan de normen voldoen.
Het kan voorkomen dat een betrokkene (tijdelijk) van de geprioriteerdenlijst wordt afgevoerd om ruimte te scheppen voor een meer schrijnend geval. Deze gang van zaken heeft niet de voorkeur maar is soms noodzakelijk i.v.m. beschikbare capaciteit en middelen.
Indien betrokkene in een ISD traject is opgenomen vervalt de noodzaak voor bespreking in het casusoverleg en dient voorbereiding op terugkeer in de maatschappij prioriteit te krijgen. Daarom wordt het dossier overgedragen naar het Resocialisatieoverleg.