Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening precariobelasting 2015

1.. De belasting wordt niet geheven ter zake van: voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen welke aan derden zijn verhuurd; voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare grond waarvoor krachtens een andere belastingverordening gelden aan de gemeente verschuldigd zijn; het hebben van voorwerpen ten dienste van het wegverkeer, zoals wegwijzers en soortgelijke voorwerpen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, A.N.W.B. en van daarmee op een lijn te stellen lichamen; het onder de openbare grond hebben van landelijke transportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie, alsmede leidingen die bestemd zijn voor het brengen van gas in voor de gemeente opgerichte ontvangststations; verlichting ten behoeve van het aanlichten van gevels, voorzover daarop geen openbare aankondigingen zijn aangebracht en deze verlichting niet in hoofdzaak wordt gebruikt ter verlichting van openbare aankondigingen; het hebben van voorwerpen onder, op of boven de grond ter realisering van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gegeven categorieën van woningen, standplaatsen, of woonwagens, die vrij zijn van legesheffing op grond van artikel 88 van de Woningwet;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel