Naar hoofdinhoud

Artikel Uitkomsten van de kadernota

Artikel Uitkomsten van de kadernota

Onderdeel van Kadernota 2011

2.1 Beleidsbasis Bij het samenstellen van de begroting voor het volgende jaar wordt uitgegaan van de financiële omvang van het bestaande beleid, zoals geformuleerd bij de laatst opgestelde meerjarenramingen en het daarbij behorende meerjarenprogramma voor de volgende jaren, aangevuld met de door de gemeenteraad genomen besluiten tot en met juli 2010. Dat wil zeggen dat bij de begroting 2011 de consequenties van de voorjaarsnota 2010 meerjarig worden doorgerekend en financieel in beeld gebracht. Ook streven wij er naar om de te nemen bezuinigingsmaatregelen in de voorjaarsnota 2010 en/of de begroting 2011 op te nemen. Het bestaande beleid bestaat uiteraard voor een belangrijk deel uit noodzakelijke (wettelijk verplichte) taken en is aanpassing slechts marginaal mogelijk. Daarbij komt dat de financiële omvang van een groot deel van de uitgaven historisch is bepaald en bestaat grofweg uit 2 categorieën uitgaven, te weten: beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare uitgaven. De ramingen voor deze (historische) uitgaven worden, soms met een geringe (inflatoire) verhoging, automatisch in de begroting opgenomen. Ook kapitaallasten van investeringen werken vele jaren door. Dergelijke uitgaven zijn feitelijk niet-beïnvloedbaar. 2.2 Vertrekpunt meerjarenperspectief bestaand beleid Ondanks de verlaging van de algemene uitkering was de gemeente Bladel er in geslaagd een nagenoeg sluitende meerjarenraming 2010-2013 te presenteren. De meerjarenraming 2010-2013 sluit in meerjarig perspectief bezien met een tekort van € 13.000,- (na 3e begrotingswijziging 2010). Indien planjaar 2014 op basis van bestaand beleid daaraan toegevoegd wordt, daalt het structureel tekort naar € 219.000,-. Deze terugloop wordt veroorzaakt door een combinatie van enerzijds extra lasten als gevolg van de financiële doorwerking van het bestaande meerjarenprogramma naar 2014 en anderzijds door lagere vrijval van kapitaallasten (van activa met een maatschappelijk nut). In onderstaand overzicht wordt dat geactualiseerde meerjarenperspectief (inclusief lasten restant meerjarenprogramma) weergegeven. 2.3 Effect rijksbezuinigingen In de vorige kadernota meldden wij dat de economische vooruitzichten in een snel tempo verslechterde. De sterke economie van Nederland ontkwam niet aan neerwaartse bijstelling van de groeicijfers. Deze verslechterde economische vooruitzichten hebben ook consequenties voor de gemeentelijke inkomsten en uitgaven. Zo zijn de ontwikkelingen op de rijksbegroting bepalend voor de groei van het gemeentefonds. Hoewel we nu nog niets zeker weten, moeten we er toch rekening mee houden, dat op de rijksbegroting (aanzienlijke) bezuinigingen doorgevoerd zullen worden. Recente berichtgevingen vanuit het rijk en de VNG spreken van een aanvullende korting op het gemeentefonds die op kan lopen tot een bedrag van circa € 3 miljard. Wij refereren hierbij ook aan hetgeen staatssecretaris Bijleveld van Binnenlandse Zaken onlangs in de Kamer gesteld heeft, dat zij bij veel gemeenten onvoldoende “gevoel van urgentie” bespeurt over de ernst van de crisis. De gemeenten moeten volgens haar er meer van doordrongen raken dat er financieel magere jaren aankomen. Zeker is dus dat de gemeente ná 2011 minder van het rijk zal krijgen. Onduidelijk is hoeveel minder dat gaat zijn. Hoewel de definitieve omvang van de korting op de algemene uitkering nog niet bekend is moet op voorhand rekening gehouden worden met een indicatieve korting van ca € 2,5 miljoen. Dit is dan afhankelijk van de voorstellen van de rijkscommissies die de rijksombuigingen aan het onderzoeken zijn en de doorwerking daarvan naar het gemeentefonds. Het genoemde bedrag moet dus wel met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt, het kan over enkele maanden weer anders zijn. Hieronder hebben we een scenario uitgewerkt zoals de korting van de algemene uitkering er uit zou kunnen gaan zien. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat de korting fasegewijs doorgevoerd zal worden gedurende de periode 2012 tot en met 2015. 2.4 Raadsprogramma 2010-2014 In de raadsvergadering van 17 december 2009 werd de Toekomstvisie definitief vastgesteld. Op basis van de “Toekomstvisie Leven in Bladel is samen toekomst maken” zal planvorming voor de nabije toekomst gaan plaatsvinden. In deze planvorming zal geprioriteerd moeten worden en zullen er (incidentele en/of structurele) budgetten beschikbaar moeten komen. Middelen die op dit moment nog niet beschikbaar zijn. We zijn ons er ook van bewust dat de komende raadsperiode voor een belangrijk gedeelte in het teken zal staan van het verder concretiseren van de dekkingsmaatregelen. Tegelijkertijd achten wij het niet ondenkbaar dat er extra middelen beschikbaar zullen moeten komen voor het ontwikkelen en uitvoeren van nieuw beleid voortvloeiende uit het nog op te stellen raads- en collegeprogramma en voor de hiervoor genoemde Toekomstvisie. Hoeveel hiervoor beschikbaar gesteld moet worden laten wij graag over aan de nieuwe raad. Het is vanzelfsprekend dat, indien er meer wensen leven dan er financiële dekkingsmiddelen zullen zijn, er aanvullende heroverwegingen en bezuinigingen doorgevoerd zullen moeten worden. 2.5 Meerjarenprogramma In deze kadernota worden geen beleidsinhoudelijke en nieuwe beleidsprioriteiten bepaald. Er worden ook geen nieuwe investeringen/wensen opgenomen, omdat, zoals gezegd, deze sterke relatie met het (nog op te stellen) raadsprogramma moeten hebben. Voorgesteld wordt om voor de (toekomstige) nieuwe wensen t.z.t. qua rangschikking de volgende criteria in het afwegingsproces te hanteren: 1e criterium: wettelijk verplicht: de nieuwe investering of activiteit is een onontkoombaar gevolg van (eerdere) besluitvorming van het rijk of onze gemeente; 2e criterium: extern onontkoombaar: de nieuwe investering of activiteit voldoet niet aan het eerste criterium, maar is een onontkoombaar gevolg van vergevorderde beleidsvoorbereidingen, toezeggingen of contracten én hiermee worden externe juridische, financiële nadelen/risico’s voorkomen; 3e criterium: budgettair neutraal: de nieuwe investering of activiteit voldoet niet aan de eerste twee criteria, maar is meerjarig budgettair neutraal te verwezenlijken: - óf door bestaand beleid (in begroting of programma) in te wisselen voor nieuw beleid (oud voor nieuw); - óf doordat investering of activiteit leidt tot meerjarige extra inkomsten. 4e criterium: handhaving voorzieningenniveau: de nieuwe investering of activiteit voldoet niet aan de eerste drie criteria, maar is noodzakelijk om enkel het huidige voorzieningenniveau te handhaven; 5e categorie: overig nieuw beleid: de nieuwe investering of activiteit voldoet niet aan de eerste vier criteria en kan derhalve worden aangemerkt als overig nieuw beleid. In bijlage I zijn de wensen/investeringen opgenomen welke dekking reeds voorzien is in de programmabegroting 2010. De geraamde investeringen voor ‘het winterhard maken van de tennisaccommodatie’ en de ‘uitbreiding binnensportaccommodatie’ worden (gedeeltelijk) doorgeschoven naar 2010 resp. 2011, omdat uitvoering nog niet in 2009 resp. 2010 volledig heeft plaats kunnen vinden. Daarnaast wordt rekening gehouden met de financiële doorwerking van het bestaande meerjarenprogramma naar 2014, alsmede met de op basis van het bestaande beleid noodzakelijke en geplande investeringen ultimo 2014. In onderstaand overzicht worden de financiële consequenties daarvan weergegeven. 2.6 Geactualiseerd meerjarenperspectief In financieel opzicht sluit het meerjarenperspectief van deze kadernota met een aanzienlijk structureel tekort. De financiële ruimte zal immers in belangrijke mate afnemen door de verwachte aanvullende korting op de algemene uitkering. De begroting maakt onderscheid tussen structurele en incidentele middelen. Structurele middelen zijn jaarlijks terugkerende middelen. Incidentele, en de naam zegt het al, zijn eenmalig of voor een beperkt aantal jaren, terugkerende middelen. Om het huishoudboekje van de gemeente gezond te krijgen is het van belang om de jaarlijks terugkerende lasten te kunnen dekken uit de jaarlijks terugkerende inkomsten. In onderstaand overzicht wordt het geactualiseerd meerjarenperspectief (onderverdeeld naar de hiervoor genoemde criteria) weergegeven. Het is duidelijk dat de financiële positie van de gemeente, op basis van gegevens van de hiervoor vermelde informatie, vanaf 2012 alsnog aanzienlijk zal verslechteren. Net als bij andere gemeenten zal de gemeente Bladel dan te maken krijgen met een forse aanvullende daling van de algemene uitkering. Aan een fundamentele herziening van het gemeentelijke huishoudboekje valt dus niet te ontkomen. Het is ook vanzelfsprekend dat de bezuinigingen niet in één keer gerealiseerd kunnen worden. Wij willen de bezuinigingen dan ook gefaseerd gaan realiseren. Wij hopen daartoe in uw vergadering van 10 juni 2010 een totaalpakket van bezuinigingsmogelijkheden voor te kunnen leggen. In dit voorstel zullen richtingen gegeven worden waar bezuinigingen en extra inkomsten gezocht kunnen worden, waarna door uw raad een definitieve keuze gemaakt kan worden. Wij merken hierbij wel op dat financiële consequenties van de mei- en/of de septembercirculaire 2010 mogelijk nog invloed zal (kunnen) hebben ten opzichte van waarmee in het gepresenteerde meerjarenperspectief rekening is gehouden. Bij de voorjaarsnota 2010 zullen wij het bestaande beleid actualiseren, rekening houdend met de beheersmatige uitgangspunten van deze kadernota. Actualisatie van het bestaande beleid kan mogelijk ook nog consequenties voor het meerjarenperspectief met zich brengen. We koersen altijd op een sluitende meerjarenbegroting in het vierde jaar. De tekorten of overschotten in de eerste jaren maken we goed door geld te onttrekken of toe te voegen aan de algemene reserve. 2.7 Totaal bezuinigingsvolume In het dekkingsplan behorende bij de begroting 2010 is een stelpost ‘nog in te vullen taakstellingen / ombuigingen’ ingeraamd. Deze taakstelling bedraagt in structureel licht bezien nog € 239.000,-. Daarnaast zal, om onder andere de rijksombuigingen en de eventuele nieuwe lasten van het raadsprogramma op te kunnen vangen, fasegewijs bezuinigingen doorgevoerd moeten worden oplopend naar € 2.963.000,- in 2015. De totale bezuinigingsvolume krijgt daarmee het navolgende verloop. Aan een fundamentele herziening van het gemeentelijke huishoudboekje valt dus niet te ontkomen. Er zal dus rigoureus gesneden moeten worden in de uitgaven; we zullen de tering naar de nering moeten zetten. In het voorjaar zal het (nieuwe) college in nauwe samenspraak met de (nieuwe) gemeenteraad, mede in relatie tot de opstelling van het raads- en collegeprogramma, (moeten) bezien hoe en waar er bezuinigd kan worden. De resultaten daarvan moeten dan bij de behandeling van de voorjaarsnota 2010 / programmabegroting 2011 op tafel liggen. 2.8 Gevolgen jaarrekening 2009 In de raadsvergadering van juni of juli 2010 zal naar verwachting de jaarrekening 2009 ter vaststelling worden aangeboden. De resultaten van de jaarrekening zijn in belangrijke mate bepalend in de beoordeling in hoeverre budgetten dienen te worden bijgesteld voor de eerstvolgende begroting. De te verwachten budgetaanpassingen, waarvan nu reeds met een redelijke mate van zekerheid is in te schatten dat er structurele begrotingseffecten zullen optreden voor 2010 en de hierop volgende jaren worden meegenomen. 2.9 Samenvoeging kadernota en voorjaarsnota In onze planning en controlcyclus houden wij tot op heden rekening met het opstellen van een kadernota (vaststelling april) en een voorjaarsnota in het voorjaar (vaststelling juni/juli). De kadernota heeft tot doel inzicht te geven in de politieke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid voor de toekomst. Dit instrument biedt uw raad de informatie om een helder voorjaarsdebat te voeren, waarin de lijnen naar de komende begrotingen worden uitgezet. Dit is ook het moment om prioriteiten te stellen dan wel bij te stellen, richting te geven waar de beperkte middelen wel en waar deze niet aan mogen worden uitgegeven. De voorjaarsnota heeft tot doel u te informeren over de voortgang van de uitvoering van de huidige begroting en het actualiseren van (het inzicht in) de financiële positie van de gemeente zodat op basis daarvan zonodig kan worden bijgestuurd. De voorjaarsnota moet in dat opzicht beschouwd worden als een afwijkingen rapportage. Wij willen samen met de (nieuwe) raad bezien of deze documenten mogelijk samengevoegd kunnen worden tot één document. In dit document worden de ontwikkelingen in het jaar (voorjaarsnota) en de gevolgen hiervan voor de toekomst gelinkt met de keuzes van het te voeren beleid (kadernota). De uitvoering van de planning & controlcyclus kan daarmee verlicht en vereenvoudigd worden. 2.10 Bestuurlijke planning en controlcyclus 2010 / 2011 In onderstaand overzicht is de bestuurlijke planning opgenomen voor de nieuwe planning en controlcyclus. Product Bestuurlijke planning Kadernota 2011 Vaststellen raad: 29 april Jaarrekening 2009 Vaststellen raad: 10 juni of 15 juli  [1] [1]    Dit is de fatale datum voor de plausibele inzending van de jaarrekening aan het CBS. We streven er echter naar om de vaststelling van de jaarrekening 2009 in de raadsvergadering van 10 juni 2010 te doen plaatsvinden. Inzenden aan provincie en CBS vóór 15 juli Voorjaarsnota 2010 (inclusief bezuinigingsmaatregelen) Vaststellen raad: 15 juli Begroting 2011 (inclusief bezuinigingsmaatregelen) Aanbieden raad: september Vaststellen raad: 4 november Inzenden aan provincie en CBS vóór 15 november Najaarsnota 2010 Vaststellen raad: 4 november

Rechtspraak bij dit artikel