Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 10, wordt verrekend over de maand van oplegging van de maatregel.
Wanneer bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen kan de maatregel verdeeld worden verrekend over maximaal drie maanden.
Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt verrekening als bedoeld in het eerste en het tweede lid plaats.
Hoofdstuk
Artikel 11.
Verrekenen verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Venlo 2015