Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2015

Als het college een beslissing heeft ingetrokken op grond van artikel 8.1.4, lid 1 onder a, Jeugdwet of artikel 2.3.10, lid 1 onder a, Wmo 2015, en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte ontvangen maatwerkvoorziening of het ten onrechte ontvangen pgb. Onverminderd het bepaalde in lid 1 wordt, ingeval het recht op een in eigendom of een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening is ingetrokken, deze voorziening teruggevorderd met inachtneming van de voorwaarden voor verhaal van kosten zoals bepaald in de Jeugdwet en de Wmo 2015. Een beslissing tot toekenning van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Het besluit tot toekenning van een pgb wordt in ieder geval ingetrokken: met ingang van de dag waarop de cliënt met een pgb schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op een pgb; maximaal twee weken na de dag waarop de cliënt met een pgb overlijdt. Het college kan bij nadere regeling aanvullende bepalingen opnemen op wat in dit artikel is bepaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel