Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, zoals bedoeld in artikel 2.10 Jeugdwet en artikel 2.1.3 lid 3 Wmo 2015, in overeenstemming met de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
Aanbieders en gecertificeerde instellingen van maatwerkvoorzieningen die in opdracht van de gemeente jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning doen verlenen of hun taken laten uitvoeren door in de regel meer dan tien personen, dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder, welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 4.2.4 tot en met 4.2.12 Jeugdwet en artikel 3.2 Wmo 2015.
Artikel 18.
Inspraak en medezeggenschap
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2015