Een ondersteuningsvraag wordt door of namens de cliënt schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal bij het college ingediend.
Indien de ondersteuningsvraag, zoals bedoeld in lid 1, een persoonlijke mondelinge of telefonische aanvraag betreft in de zin van de Jeugdwet, dan wordt deze op schrift gesteld.
De ontvangst van de ondersteuningsvraag, zoals bedoeld in lid 1, wordt schriftelijk of digitaal bevestigd.
Indien er in afwijking van lid 1 sprake is van een verwijzing door de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of kinderrechter naar specialistische zorg, en als en voor zover de betreffende aanbieder van oordeel is dat de inzet van hulp of ondersteuning nodig is, dient de aanbieder in contact te treden met het college over de in te zetten hulp of ondersteuning.
De verplichting in lid 4 is niet van toepassing wanneer er sprake is van spoedeisende gevallen of crisissituaties zoals bedoeld in artikel 7.2.6 Jeugdwet en artikel 2.3.3 Wmo 2015.
Algemene voorzieningen zijn toegankelijk zonder voorafgaande ondersteuningsvraag of onderzoek.
Artikel 2.
Toegang tot hulp en ondersteuning
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2015