Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Regels voor bijdrage in de kosten van voorzieningen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2015

Voor het gebruik van door gemeentewege gerealiseerde algemene voorzieningen, niet zijnde cliëntondersteuning: kan een cliënt een vaste bijdrage in de kosten verschuldigd zijn; bedraagt de hoogte van de vaste bijdrage maximaal de kostprijs per dag voor deelname aan deze algemene voorziening. draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de actuele kostprijs van de algemene voorziening. Voor het gebruik van een maatwerkvoorziening: is een cliënt een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt, tot de maatwerkvoorziening is betaald of de geldende afschrijvingstermijn is verstreken, of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt; wordt de eigen bijdrage gebaseerd op het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot, met inachtneming van het maximum dat is toegestaan op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en het Besluit maatschappelijke ondersteuning; wordt de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening gebaseerd op de kostprijs, op basis van het laagste tarief per productgroep, in overeenstemming met de door het college met aanbieders afgesloten contracten; wordt de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorzieningen hulp bij het huishouden en begeleiding gebaseerd op de kostprijs, op basis van het laagste tarief van alle diensten, in overeenstemming met de door het college met aanbieders afgesloten contracten, en voor zover deze aanbieder voor 1 december van het voorafgaande kalenderjaar ondersteuning nodig leverd aan ingezetenen van de gemeente; wordt de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing en traplift gebaseerd op het totale bedrag dat aan de cliënt ter beschikking wordt gesteld; wordt de eigen bijdrage voor een hulpmiddel gebaseerd op een gemiddeld tarief voor nieuwwaarde en restwaarde per product, inclusief de kosten voor onderhoud en verzekering zoals deze gelden op het moment van toekenning van de voorziening voor het eerste jaar en rekening houdende met de afschrijvingstermijn voor het betreffende product; wordt de eigen bijdrage voor beschermd wonen extramuraal gebaseerd op de kostprijs per etmaal op basis van het laagste tarief, in overeenstemming met de door het college met aanbieders afgesloten contracten; wordt de eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang gebaseerd op het verschil tussen de bijstandsnorm die voor de cliënt geldt en de norm persoonlijke uitgaven zoals bepaald in artikel 23 van de Participatiewet; wordt de eigen bijdrage voor een pgb gebaseerd op het totale bedrag dat aan de cliënt ter beschikking wordt gesteld, tot een maximum zoals bedoeld onder lid c tot en met h van dit artikel. Het college bepaalt bij nadere regeling door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4 lid 7 Wmo 2015, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd. Voor cliënten met GGZ-problematiek geldt geen eigen bijdrage indien het heffen van de eigen bijdrage naar het oordeel van het college kan leiden tot mishandeling, ernstige verwaarlozing of schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige en tot het weigeren van de noodzakelijke begeleiding en ondersteuning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel