Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 tot en met artikel 8.1.8 Jeugdwet respectievelijk artikel 2.3.6 Wmo 2015.
Een pgb mag alleen worden besteed aan de maatwerkvoorziening en het beoogde resultaat waarvoor deze wordt toegekend.
De hoogte van een pgb:
is mede gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan, dat als doel heeft om de voorgenomen besteding van het budget te toetsen, met inachtneming van de wettelijke criteria die aan het pgb zijn verbonden zoals bedoeld in lid 1;
is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen;
bedraagt bij:
professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura zoals gecontracteerd in enig jaar;
gediplomeerde ZZP’ers, maximaal 90% van de kostprijs zoals vermeld in onderdeel 1 ;
niet-professionele hulp uit het eigen sociaal netwerk: 75% van de kostprijs zoals vermeld in onderdeel 1 tot een maximum bedrag van € 20 per uur. Op gemotiveerd verzoek van e cliënt en indien dit anders leidt tot onbillijke situaties geldt een tarief tot een maximum bedrag van € 25 per uur, mits daar een financiële compensatie aan de hulp tegenover staat.
De relevante kostprijzen worden ingaande 1 april van het betreffende jaar gehanteerd en jaarlijks door het college vastgesteld en tijdig gepubliceerd.
bij een vervoersvoorziening in de vorm van een hulpmiddel is:
maximaal het bedrag dat het college betaalt voor een nieuw hulpmiddel via een gecontracteerde aanbieder,
de dagwaarde indien het hulpmiddel uit het sociaal netwerk wordt betrokken, maar maximaal het bedrag dat het college betaalt voor een nieuw hulpmiddel via een gecontracteerde aanbieder,
in geval van een individuele vervoersvoorziening die elektrisch wordt aangedreven mede gebaseerd op de kosten voor verzekering, onderhoud en reparatie, welke worden berekend aan de hand van afspraken tuseen gemeente en gecontracteerde aanbieders.
voor een woningaanpassing:
wordt, indien dit wordt uitgevoerd door een persoon die behoort tot het eigen sociaal netwerk, opgebouwd uit de goedkoopst en noodzakelijke materialen en uren op basis van het wettelijk minimumloon;
bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende voorziening in natura. Indien het college geen passende voorziening in natura heeft gecontracteerd:
bij standaard woningaanpassingen wordt de hoogte van het pgb bepaald op basis va neen door het college vast te stellen prijslijst die bij het Besluit jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2018 voor de ondersteuningsbehoefte 2018 is gevoegd
bij niet standaard woningaanpassingen wordt de hoogte van het pgb bepaald aan de hand van twee door de cliënt , of indien van toepassing zijn vertegenwoordiger, op te vragen offertes en alsnog de goedkoopst passende voorziening gezocht ter vaststelling van de hoogte van het pgb
bij zeer complexe wooningaanpassingen kan het college bouwkundig , sociaal/medisch advies en daarbij behorende kostencalculatie inwinnen bij een gecontracteerde externe partij.
voor een sporthulpmiddel:
bedraagt maximaal € 2.500,- en wordt ten hoogste één keer per 3 jaar verstrekt;
bedraagt, in afwijking van het gestelde in sub 1., voor een elektrisch voortbewogen of elektrisch ondersteund sporthulpmiddel bij een grote mate van immobiliteit maximaal € 5.000,- en wordt ten hoogste één keer per 6 jaar verstrekt;
is bedoeld als een bijdrage in de kosten van aanschaf, onderhoud en eventueel verzekering;
wordt bepaald op basis van een bij de aanvraag in te dienen offerte van het sporthulpmiddel en een bewijsstuk van het lidmaatschap van een sportvereniging.
wordt verlaagd met de eventuele bijdrage van een sportclub, sponsor of fonds
Het college bepaalt bij nadere regeling de wijze van vaststellen van de hoogte van een pgb en kan bij nadere regeling aanvullende eisen stellen aan het verstrekken van een pgb.
Artikel 8.
Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2015