**1..** Het college vermeldt in het besluit tot het opleggen van een
maatregel in ieder geval:
a. de reden van de maatregel;
b. de duur van de maatregel;
c. het percentage en het bedrag van de maatregel;
d. de reden om af te wijken van de standaardmaatregel.
**2..** Het college legt de maatregel op met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan belanghebbende is bekendgemaakt. Het college gaat uit van de voor die maand toepasselijke bijstandsnorm, bijzondere bijstand, of langdurigheidstoeslag.
**3..** Het college kan in afwijking van het lid 2 de maatregel met terugwerkende kracht opleggen, als de uitkering nog niet is uitbetaald.
**4..** Een opgelegde maatregel die niet, of niet volledig kan worden uitgevoerd, omdat de uitkering is beëindigd, herleeft als belanghebbende binnen 36 maanden opnieuw recht op uitkering heeft.
**5..** Het college verdubbelt de duur van de maatregel, als belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit, waarbij een maatregel is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie.
**6..** Het college heroverweegt een maatregel met een duur van 3 maanden of meer binnen 3 maanden nadat deze is uitgevoerd.
**7..** In afwijking van lid 2 wordt, voor zover het een zelfstandige betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz heeft ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht betrokken bij de definitieve vaststelling van die uitkering.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Besluit tot opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wwb, IOAW, IOAZ en Bbz