Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen op grond van artikel 9 Wwb, artikel 9a Wwb, artikel 55 Wwb respectievelijk artikel 37 Ioaw, artikel 38 Ioaw, artikel 37 Ioaz en artikel 38 Ioaz niet of
onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
1. Eerste categorie:
Het college verlaagt de uitkering met 10% van de bijstandsnorm voor de duur van een maand bij:
het zich niet op tijd laten registreren als werkzoekende bij het UWV of het niet op tijd laten verlengen van deze registratie;
het later terugkeren van vakantie dan is toegestaan, terwijl belanghebbende is vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen.
2. Tweede categorie:
Het college verlaagt de uitkering met 20% van de bijstandsnorm voor de duur van een maand bij:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid of het starten van een bedrijf of aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding.
het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a Wwb
het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 Wwb of artikel 55 Wwb, voorzover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 Wwb
3. Derde categorie:
Het college verlaagt de uitkering met 30% van de bijstandsnorm voor de duur van twee maanden bij:
gedragingen die de inschakeling in de arbeid of het functioneren als zelfstandige belemmeren;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in de arbeid of het starten van een bedrijf noodzakelijk geachte scholing of opleiding, of aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen;
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b Wwb en artikel 10 lid 1 Wwb respectievelijk artikel 36 lid 1 Ioaw en artikel 37 lid 1 onderdeel e Ioaw en artikel 36 lid 1 Ioaz en artikel 37 lid 1 onderdeel e Ioaz, voor zover dit heeft geleid tot het niet doorgaan of voor voortijdige beëindiging van een traject;
het later terugkeren van vakantie dan is toegestaan, terwijl belanghebbende niet is vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen.
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel c Wwb, artikel 37 lid 1 onderdeel f Ioaw of artikel 37 lid 1 onderdeel f Ioaz
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB respectievelijk artikel 37 lid 1 onderdeel e Ioaw en artikel 37 lid 1 onderdeel e Ioaz niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB respectievelijk 38 lid 1 Ioaw en artikel 38 lid 1 Ioaz.
4. Vierde categorie:
Het college verlaagt de uitkering met 100% van de bijstandsnorm voor de duur van drie maanden bij:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Indeling in categorieën
Onderdeel van Maatregelenverordening Wwb, IOAW, IOAZ en Bbz