Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 13.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Raalte 2015

1.. Conform artikel 8.1.1 van de wet verstrekt het college alleen een individuele voorziening in de vorm van een pgb: als de cliënt, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; als de cliënt kan motiveren waarom hij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend acht; als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning of jeugdhulp die de cliënt wil betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit is. 2.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate compenserende voorziening in natura en toereikend is. 3.. Het college kan een pgb weigeren voor dat deel dat het budget hoger is dan zorg in natura voor een vergelijkbare hulpvraag. De cliënt mag zelf het prijsverschil uit eigen middelen betalen wanneer het tarief van de door hem gewenste aanbieder duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. 4.. Het college kan bij nadere regeling de wijze waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld bepalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel