**1..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt ten aanzien van woningen geheven per perceel, naar de omvang van het huishouden.
**2..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt ten aanzien van niet-woningen geheven per perceel, naar de waarde in het economisch verkeer, waarbij geldt dat:
ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde van in het economisch verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt.
ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing