**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven
van degene die het voertuig heeft geparkeerd.
**2..** Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aan
gemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2,
onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig,
met dien verstande dat
als een voor ten hoogste drie maanden aangegane
huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten
tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de
huurder van het voertuig was, niet de houder maar de
huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig
heeft geparkeerd;
als blijkt dat een ander in het kentekenregister had
moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt
als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die
het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk
maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het
voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs
niet heeft kunnen voorkomen.
**4..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt gegeven van degene
die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2015