Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Veldhoven 2015

Conform artikel 8.1.1 van de wet verstrekt het college alleen een individuele voorziening in de vorm van een pgb: als de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; als de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt kunnen stellen dat zij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten; als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van goede kwaliteit is; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die door de jeugdige of zijn ouders zijn aangegeven, na is te gaan of de voorziening noodzakelijk is en als goedkoopste adequate voorziening aan te merken valt; als de jeugdige of zijn ouders de kosten die uitstijgen boven ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura, zelf willen bekostigen. Het college stelt nadere regels over voorwaarden betreffende het tarief, en onder welke voorwaarden de jeugdige of zijn ouders aan wie een pgb wordt verstrekt om diensten te betrekken van een persoon wie behoort tot het sociaal netwerk en over de wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld. Onverminderd artikel 8.1.1. van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel