Conform artikel 8.1.1 van de wet verstrekt het college alleen een
individuele voorziening in de vorm van een pgb:
als de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college, al
dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator,
bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een pgb
verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
als de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt
kunnen stellen dat zij de individuele voorziening die door een aanbieder
wordt geleverd, niet passend achten;
als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp
die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van goede kwaliteit
is;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die door de jeugdige
of zijn ouders zijn aangegeven, na is te gaan of de voorziening
noodzakelijk is en als goedkoopste adequate voorziening aan te merken
valt;
als de jeugdige of zijn ouders de kosten die uitstijgen boven ten
hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst
adequate individuele voorziening in natura, zelf willen bekostigen.
Het college stelt nadere regels over voorwaarden betreffende het
tarief, en onder welke voorwaarden de jeugdige of zijn ouders aan wie
een pgb wordt verstrekt om diensten te betrekken van een persoon wie
behoort tot het sociaal netwerk en over de wijze waarop de hoogte van
het pgb wordt vastgesteld.
Onverminderd artikel 8.1.1. van de wet verstrekt het college geen pgb
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende
voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer
is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.