**1..** In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor een woonvoorziening als hij
aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van zijn woning, en
in redelijke mate inspanning heeft gedaan om een geschikte woning te vinden en te bewonen, en/of
een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige gedragsstoornis heeft met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan komen.
**2..** Een cliënt kan alleen voor een woonruimteaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en de voorziening de compenserende voorziening is die het goedkoopst is. Bij deze overweging worden ook voorzienbare kosten in de toekomst meegewogen.
**3..** Een woonvoorziening wordt slechts verstrekt als de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, dan wel voor het bezoekbaar maken van een andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft als het hoofdverblijf van de cliënt in een erkende zorginstelling is.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gorinchem 2015