Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg
te maken naar de weg of veranderingen te brengen in een
bestaande uitweg naar de weg.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de
vergunning slechts geweigerd als:
daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
gebracht;
de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een
openbare parkeerplaats;
door de uitweg het openbaar groen daardoor op
onaanvaardbare wijze wordt aangetast;
er sprake is van een uitweg van een perceel dat al
door een andere uitweg wordt ontsloten, ende aanleg
van deze tweede uitweg ten koste gaat van een
openbare parkeerplaats, het openbaar groen, het
functioneren van de op of aan de weg aanwezige
openbare (nuts)voorzieningen of wanneer de
bruikbaarheid van de weg wordt aangetast;
de bruikbaarheid van de weg op onaanvaardbare wijze
wordt aangetast;
het functioneren van aanwezige openbare
(nuts)voorzieningen op of aan de weg door het maken
van een uitweg op onaanvaardbare wijze wordt
belemmerd of teniet wordt gedaan en deze openbare
voorzieningen niet kunnen worden verplaatst, zonder
aantasting van de verkeersveiligheid en verplaatsing
het doelmatig gebruik van de weg niet
belemmert.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de Wetbeheer
Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
Provinciaal wegenreglement.
Op de procedure om te komen tot de vergunning is paragraaf
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
toepassing.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:12
Maken, veranderen van een uitweg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Wijdemeren 2014